Kampeerbeleid Marrekrite

Per 1 januari 2008 verviel de WOR (wet openlucht recreatie). Deze wet bood de basis voor vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen op het gebied van kamperen. Vanaf 2008 moesten gemeenten zelf hun kampeerbeleid formuleren en vastleggen.

Wat heeft het intrekken van de WOR voor consequenties voor het kamperen op Marrekrite aanlegplaatsen? Is dit nog wettelijk toegestaan of verboden? 

Bij de Friese gemeenten is geînventariseerd of en hoe zij het vrij kamperen hebben vastgelegd. Veelal gebeurt dit in het APV of in sommige gevallen in het bestemmingsplan. In veel gevallen was er echter nog geen aanpassing gedaan in het APV. Sommige gemeenten hadden wel een aanpassing gedaan en direct ook een ontheffing opgenomen voor Marrekrite plaatsen.  

Twee aanbevelingen naar de Marrekrite luidden n.a.v. de inventarisatie: 

  1. Het is een goed moment om het Marrekrite kampeerbeleid te evalueren en te bepalen of het huidige kampeerbeleid gecontinueerd of aangepast moet worden.
  2. Leg kamperen bij Marrekriteplaatsen formeel vast in APV. Gebruik hiervoor een modelverordening van het APV met die toevoeging dat verbod van kamperen buiten kampeerterreinen niet geldt voor kampeermiddelen bij Marrekrite aanlegplaatsen.

Wandelommetje Park Lingezegen

Park Lingezegen: een park van formaat in een stedelijke omgeving. Een ambitieus plan om 1.500 ha te ontwikkelen waar natuur, landbouw, water en vooral recreatie hand in hand gaan. Er gebeurt al heel veel voor het park maar het is veel lange termijn ontwikkeling. De wens is om op korte termijn iets tastbaars te realiseren. Een concrete verbetering van toegankelijkheid van het park in de vorm van een wandelommetje. Het gaat nadrukkelijk niet om een echt grote route maar een wandelmogelijkheid van zo'n 2 à 3 km bereikbaar binnen een paar honderd meter van een woonwijk. 

In opdracht van Europees Programma  SAUL 2, dat zich inzet voor het toegankelijk maken van stadslandschappen, wordt verkend of er op korte termijn een wandelommetje te realiseren is in het toekomstige park Lingezegen.

Samen met de opdrachtgever zijn vijf gebieden geselecteerd die nader bestudeerd worden. Dit houdt in: wandelschoenen aan en fototoestel mee: wat is er fysiek mogelijk en wat is ook een aantrekkelijk ommetje. Vervolgens een ware speurtocht om grondeigenaren te achterhalen. Daarna met een goed onderbouwd verhaal en aandacht voor de situatie proberen toestemming te krijgen voor het wandelommetje. Inmiddels is 1 van de ommetjes daadwerkelijk gerealiseerd.

Daar liep ik dan, helemaal onder de blubber: op stap geweest met een boer om te kijken waar het wandelpad zou kunnen komen. Zo kon ik niet bij mijn volgende gesprekspartner op kantoor aankomen. In het kleine boetiekje in Elst lagen de dames dubbel. Bij het afrekenen van mijn nieuwe broek durfde de verkoopster het toch te vragen: Wat doet u eigenlijk voor werk?

Evaluatie Casco TROP

Drenthe en Ooststellingwerf als één toeristische eenheid, dat is een streven in de provincie Drenthe en grensgemeente Ooststellingwerf. Als basis voor het individuele gemeentelijk beleid is een gezamenlijk Toeristisch Recreatief Ontwikkelingsplan gemaakt: afgekort Casco-TROP. 

Dit eerste Casco-TROP had een werkingsperiode van 2000-2006.  In de nabije toekomst zal een Casco-TROP II ontwikkeld worden. Voor het daadwerkelijk ontwikkelen van een nieuw Casco is het van groot belang eerst te inventariseren wat er gaande is in de gemeenten. En waar de wensen en behoeften van deze gemeenten liggen.

Daarom is voorafgaand aan een nieuw Casco-TROP dit voorbereidingsdeel uitgevoerd. Een quick scan onder gemeenten in Drenthe en Ooststellingwerf die inzicht moet geven in:

  • wat gemeenten gedaan hebben met het Casco-TROP I;
  • wat de verwachting is bij gemeenten ten aanzien van het Casco-TROP II;
  • waar denken de gemeenten in de toekomst behoefte aan te hebben;
  • welke grote trends en ontwikkelingen spelen in het toeristisch-recreatieve veld waar in een nieuw Casco-TROP mee rekening moet worden gehouden.

De inventarisatie resulteerde in een aanbeveling naar het het Algemeen Bestuur van Recreatieschap Drenthe wat in het Casco-TROP II aan de orde moet komen. Een aanbeveling op basis van gemeentelijke wensen en behoeften en maatschappelijk voorwaarden en ontwikkelingen.

Vaarweg van de toekomst

Rijkswaterstaat beheert de grotere vaarwateren waaronder het IJsselmeer, Waddenzee, Noordzee en de grote rivieren. Op deze wateren vindt veel beroepsvaart plaats en de komende jaren neemt deze toe. Verwacht wordt een verdubbeling van de beroepsvaart vanuit Nederlandse havens in 2020. Niet alleen de beroepsvaart maar ook de recreatievaart maakt in toenemende mate gebruik van de rijkswateren. Rijkswaterstaat ziet de recreatievaart dan ook als een belangrijke verkeersdeelnemer waarmee hij rekening moet houden. Om schone, veilige en betrouwbare mobiliteit op vaarwegen ook in de toekomst te garanderen wil Rijkswaterstaat inzicht in trends en ontwikkelingen binnen de recreatievaart die gevolgen hebben voor het beheer van deze vaarwegen in de toekomst. Kenniscentrum Recreatie en Hanneke Schmeink voerden in opdracht van Rijkswaterstaat een toekomstverkenning recreatievaart uit, met als horizon 2025.